Training lange afstand schieten

Training lange afstand schieten georganiseerd door P. Damen met instructie van W. Ariëns

1. Lichaamshouding

Liggend:

  • Wangstuk van wapen verwijderen (of op laagste stand),
  • Hoofd rechthouden,
  • Lig recht achter je wapen, waarbij je je wapen in lijn met je romp houdt; hierdoor wordt de terugslag optimaal opgevangen.

Benen:

  • Ontspannen en uit elkaar, in lijn met je schouders; in een omgekeerde ‘V’ (je hoofd is de punt van de omgekeerde ‘V’)
  • Tijdens het richten èn tijdens het schot:
  • Je voeten (scheenbeen) naar de grond gedrukt om schrap te zetten
  • Je lichaam naar voren drukken, met je bekken tegen de schietmat gedrukt, zodat het geweer (met de poten van de bipod, in de sling van de schietmat gedrukt), zo min mogelijk kan bewegen/verspringen.

Geweer:

  • Gecentreerd in het midden van je lichaam (uitgelijnd met je ruggengraat),
  • Kolf tegen je sleutelbeen gedrukt (liggend bij lange afstanden schieten: niet in de kom van je schouder);
  • Beide poten van de bipod in de sling van de schietmat plaatsen (zodat het geweer, tijdens het schot, zo min mogelijk kan bewegen/verspringen en je het minste last hebt van de terugslag)

Handen:

A. Trekkerhand:

  • Tijdens het richten: ontspannen, met duim daarbij in lijn met je wijsvinger (wijsvinger over de trekkerbeugel); hierdoor kan je met je duim ook makkelijk ontgrendelen, door je duim omhoog te bewegen. De overige vingers omvatten de handgreep van het wapen,
  • Bij schot: wijs- / trekkervinger: 90 graden gebogen, met voorste kootje op de trekker
  • Trekker langzaam en gelijkmatig overhalen, zodat het richtbeeld niet wordt verstoord (voorkomt ‘trekkerfout’). Na het schot, de trekker 3 seconden in die (aangedrukte) stand houden.

B. Andere hand

  • Omvat de zandzak/ beanbag om tijdens het richten (corrigerend) in te knijpen

2. Instellen van je kijker/scope:

  • Zorg dat de afstand tussen je oog en de kijker dusdanig is dat je het beeld, in het oculair, volledig benut (dus nauwelijks de zwarte rand van je kijker ziet)
  • Richtkruis instellen: richt je kijker op een witte achtergrond (stuk papier ervoor of op de wolken) en draai je oculair net zo lang totdat je het richtkruis haarscherp in beeld hebt
  • Parallax: Zorg dat de parallax op je kijker afgesteld staat op de (juiste) afstand die je gaat schieten

Let op: het scherpstellen op je doel, doe je niet met je parallax.

Instellen van je parallax: nadat je de juiste afstand hebt ingesteld, richt je de kijker op je doel terwijl je het richtkruis op je doel gericht houdt. Beweeg je je hoofd op en neer en/of heen en weer, terwijl je je geweer stilhoudt. Je hebt je parallax juist ingesteld zodra je, bij het maken van deze bewegingen met je gezicht, het richtkruis op je doel blijft afgesteld zonder dat het doel, of je richtkruis t.o.v. elkaar bewegen.

3. Ademhaling

  • Haal, tijdens het richten, voorafgaand aan je schot, een aantal (3 à 4) keer ontspannen adem. Haal daarbij niet overdreven veel lucht in; voorkom hyperventilatie; dit vermindert zowel je stabiliteit als je concentratie.
  • Net voor afgeven van het schot, rustig inademen en krachtig uitademen; binnen 3 seconden na het uitademen de trekker gecontroleerd (in alle rust) overhalen en schot lossen.

Scroll naar boven